Woordkeuze

Op dit blog worden er verschillende benamingen gehanteerd voor hetzelfde verschijnsel: human zoo, mensvertoning, volkerenshow en völkerschau. De term human zoo is gelanceerd door de Franse onderzoeksgroep Achac rond het jaar 2000. Een bezwaar tegen de term is dat deze in contemporaine bronnen niet voorkomt. Niettemin is hier voor de term gekozen omdat het werk van Achac tot nieuw onderzoek en nieuwe perspectieven heeft geleid in geheel Europa.

De organisatoren van de volkerenshows werden vanaf de negentiende eeuw aangeduid als ‘impresario’ – deze term is op dit blog gehandhaafd. Andere termen uit de tijd van de volkerenshows zijn aangepast. Waar destijds de termen ‘karavaan’ en ‘troep’ gebezigd werden, is hier ‘groep’ gebruikt. Organisatoren gaven benamingen aan groepen die niet zelden geografisch onjuist waren. Deze namen zijn om die reden tussen aanhalingstekens geplaatst, zoals ‘Soeaheli’, of ‘Amazonen van Dahomey.’

Het n-woord wordt op dit blog wel gebruikt, hoewel de geschiedenis van het woord en de daarmee verbonden ideeën uiterst krenkend zijn. Zo wees intercultureel filosoof Heinz Kimmerle (1930-2016) op Verlichtingsfilosoof Immanuel Kant (1724-1804) die zwarte mensen karakteriseerde als wilden, een uitbeelding van de ‘boosaardigheid van de menselijke natuur’. Volgens Kant kwam de mensheid ‘tot haar hoogste volkomenheid’ in het ‘witte ras’ van de christelijke Occident. ‘De gele indianen hebben al mindere talenten. De negers zijn veel dieper en op het diepste punt staat een deel van de Amerikaanse volksgroepen’.1

 Kimmerle vervolgde dat de racistische vooroordelen uit de Verlichting door Hegel werden geïncorporeerd in diens filosofie van de rede – en aldus gerechtvaardigd werden.2 In zijn colleges over de filosofie van de geschiedenis sprak Hegel:
‘Der Neger stellt, wie schon gesagt würden ist, den natürlichen Menschen in seiner ganzen Wildheit und Unbändigkeit dar […] es ist nichs an das Menschliche Anklingende in diesem Charakter zu finden […] Dieser Zustsand is keiner Entwicklung und Bildung fähig, und wie wir sie heute sehen, so sind sie immer gewesen.’3

Deze opvattingen waren verankerd in de denkwereld en de sociale praktijk die de voorwaarde vormden voor de human zoos, reden dat is gekozen voor handhaving van het n-woord in de citaten.  

  1. Heinz Kimmerle, Interculturele filosofie. Een studieboek (Antwerpen; Apeldoorn 2015), 50. Zie o.m: Jürgen Zimmerer, ‘Kolonialismus und kollektive Identität: Errinnerungsorte der deutschen Kolonialgeschichte’ in: Idem, (K)ein Platz an der Sonne: Errinerungsorte der deutschen Kolonialgeschichte (Frankfurt; New York  2014) 7-36, aldaar 21; Matthias Fiedler, Zwischen Abenteuer, Wissenschaft und Kolonialismus. Der deutsche Afrikadiskurs im 18. Und 19. Jahrhundert (Keulen; Wenen; Weimar 2005) 57-60; Jan Nederveen Pieterse, Wit over Zwart. Beelden van Afrika en zwarten in de westerse populaire cultuur (Amsterdam; Den Haag 1990) 34-45, http://www.dbnl.org/tekst/nede008wito01_01/; Raymond Corbey, Wildheid en beschaving: de Europese verbeelding van Afrika (Baarn 1989) 86-87. https://openaccess.leidenuniv.nl/handle/1887/44431
  2. Kimmerle, Interculturele filosofie, 52.
  3. G.W.F. Hegel, Vorlesungen über die Philosophie der Geschichte (3e druk; Berlijn 1848) 122, http://books.google.com/books?id=N_FaAAAAQAAJ&hl=&source=gbs_api