1864 Christy’s Minstrels

Aankondiging van optredens in Soerabaja. Delpher Kranten – De Oostpost : letterkundig, wetenschappelijk en commercieel nieuws- en advertentieblad 20-05-1864

Op 26 maart 1864 plaatse de Java bode een vooraankondiging: de Christy’s Minstrels, onder bescherming van koningin Victoria en de Franse keizer, hadden de eer te berichten dat zij te Batavia vier voorstellingen zouden geven. De minstrels brachten ‘Amerikaansche refereins, aandoenlijke Engelsche liedjes’ en in het komische gedeelte beeldden ze ‘eigenschappen der Amerikaansche dandy negers’ en ‘karakteristieken der plantage negers’ uit.

Minstrel shows, ook bekend als blackface, zijn vrijwel sinds het ontstaan een transnationale vorm van amusement. Edward Rice, die geldt als een pionier binnen het genre, trad in 1936 op in Londen, slechts vier jaar nadat hij zijn karikatuur ‘Jim Crow’ voor het eerst opvoerde in het Bowery Theatre in New York. De Virginia Minstrels, het eerste blackface gezelschap, deed Londen aan in 1843. In 1846 gaven de Ethiopian Serenaders een optreden voor koningin Victoria, 1 een jaar later was deze groep te zien in Nederland. 2

Strooibilljet met een aankondiging van optredens door de ‘celebrated and world-renowned Christy’s Minstrels’ in de Polygraphic Hall, Londen (1857). Collectie Ringling Circus Museum, Tibbals Circus Collection, Sarasota, inv.nr. ht4003170

De naam van het gezelschap ‘Original Christy’s Minstrels’ dat in Nederlands-Indie optrad, was een verwijzing naar het succesvolle gezelschap dat in 1842 was opgericht door Edward Pearce Christy en zijn zoon George. In 1857 viel het gezelschap uiteen in twee delen, beide groepen bleven echter optreden onder de naam ‘Christy’s Minstrels’.
In de zomer van 1857 stak een van de groepen de Atlantische Oceaan over om een onafgebroken reeks optredens te geven. Tegen het einde van 1859 hadden deze Christy’s Minstrels meer dan 900 concerten gegeven in Londen en minstens 275 in het circuit van noordelijk Engeland, Schotland en Ierland. Tot de continentale successen behoorde een optreden in de Tuilerieën voor Napoleon III. De samenstelling van de groep bleef ongewijzigd tot 1864, toen een deel van de leden ging optreden in Zuid-Afrika. 3
Uit een vergelijking van het strooibiljet van het Ringling Museum en de advertenties in Nederlands-Indische dagbladen blijkt dat twee van de minstrels die naar Java gingen, in 1857 in het Verenigd Koninkrijk hadden opgetreden: W.P. Collins en Joe Brown. De verwijzing naar de St. James Hall en de Polygraphic Hall in de vooraankondiging in de Java bode lijkt daarmee niet geheel uit de lucht gegrepen.

Voor hun aankomst op Java maakte het gezelschap van zeven minstrels in 1863 een tournee van vier maanden door India.4 De eerste minstrel show in India vond plaats in 1853 en door de jaren heen ontwikkelde zich een publiek van Britse troepen, leden van het koloniaal bestuursapparaat en (Indiase) zakenlieden. De Christy’s Minstrels bespeelden in Bombay (nu: Mumbai) een maand lang het Grant Road Theatre. 5 Vervolgens traden zij op in Singapore. 6

Programma van één van de optredens van de Christy’s Minstrels. het onderdeel ‘De familie Crow’ lijkt een verwijzing naar de figuur ‘Jim Crow’. Delpher Kranten – Bataviaasch handelsblad 25-04-1864

De Engelse taal leek geen hindernis te vormen om de komische gedeelten te waarderen. De Java bode schreef na het eerste optreden: ‘[…] Hoewel noch het gehalte der meeste stukken, noch het overdrevene bij de uitvoering voor de regtbank van kunst en smaak te verdedigen is, gaven de vroolijke liederen, de kluchtige bewegingen en de zonderlinge geluiden toch veel genoegen en plooiden zelfs het strakste gelaat tot een hartelijken lach.’ 7

De optredens in Soerabaja vonden plaats voor een nauwelijks gevulde zaal 8 en na de shows in Solo en Semarang werden in Batavia (nu: Jakarta) de afscheidsvoorstellingen gegeven. In de laatste voorstellingen in Soerabaja en Batavia verschenen de ‘minnezangers’, zoals zij in de dagbladen ook wel werden genoemd, in ‘witte gezigten’ 9 ofwel ‘hunne natuurlijke kleur 10 Na het verblijf in Nederlands-Indië zetten de Christy’s Minstrels hun shows voort in Manilla. 11

ca 1885 Forrest & Harding

In de collectie van het Circusmuseum is een affiche omschreven aan de hand van de namen die er op prijken: Forrest and Harding, met daaraan toegevoegd ‘music-act‘. Uit het affiche wordt de essentie van de shows duidelijk: Forrest en Harding toerden met een minstrel show, ook bekend als blackface.

Circuscollectie Allard Pierson Museum, inv.nr. TEY0010002745

David Ciarlo nam het affiche op in zijn toonaangevende werk Advertising Empire. Vermoedelijk is het door de firma Friedländer vervaardigd rond 1885, toen het Amerikaanse duo Duitsland aandeed. Op de bovenste helft van het affiche zijn de twee mannen min of meer realistisch geportretteerd, Ciarlo suggereert dat dit daarmee duidelijk werd gemaakt dat er geen sprake was van een völkerschau waar Afro-Amerikanen uit het zuiden van de Verenigde Staten werden vertoond. 1 Dit om verwarring zoals bij de Haverly Mastodon Minstrels eerder in de jaren 1880 te voorkomen: het Duitse publiek reageerde toen woedend op het feit dat zij witte mannen in blackface zagen waar zij Afro-Amerikanen hadden verwacht. 2
Ciarlo wijst op de extreme vervorming waarmee Forrest en Harding in de scènes zijn getekend: de grote voeten en dunne benen, de grimassende gezichten, de monden die van rubber lijken.

Overigens zijn de minstrels afgebeeld met banjo’s, een instrument dat sinds de vroegste shows werd gebruikt. De wortels van het instrument liggen echter in West-Afrika, zie hier en hier.