1888 Olga & Kaira

Dit is een bericht naar aanleiding van het artikel ‘The Untold Story of Europe’s first black female circus star’ geschreven door
Rosemary Laryea voor het medium The Voice (3 september 2019). Lees het hele artikel hier.

F. Appell, Miss Lala et troupe Kaira , Bibliothèque nationale de France, ENT DN-1 (APPEL,F.)-FT6 .

Laryea reconstrueerde het levensverhaal van Anna Olga Albertina Brown (1858), die aanvankelijk beroemd werd als ‘Miss Lala’. In dagblad La Laterne werd op 11 december 1878 aangekondigd: ‘Au cirque Fernando, début de la famille Kaira et de la négresse miss Lala. Cette dernière, suspendue par ses jarrets au trapèze, tient dans ses dents une pièce de canon du poids de 300 kilos, qu’elle fait partir sans que le choc fasee vaciller cet affût vivant. Tour Paris voudra voir la plus grande attraction du monde.’ Brown toonde haar onwaarschijnlijke kracht door, ondersteboven hangend aan de trapeze, een kanon van 300 kilo aan een touw tussen haar kaken te klemmen, dat ze wist vast te houden terwijl het kanon werd afgevuurd.
Drie dagen later schreef de krant in superlatieven over het nummer: ‘Le début, au cirque Fernando, de la célèbre miss Lala a obtenu un succès foudroyant; rien de plus émouvant que son exercise du canon et l’ascension au plafond. Cet exercise, complètement nouveau et inventé pas miss Lala, et le nec plus ultra de tout ce qui a été vu jusqu’à ce jour.’

De Franse Nationale Bibliotheek bezit naast een affiche waarop de tour de force van Miss Lala is afgebeeld, ook een affiche van ‘Olga en Kaira’. Olga was de tweede naam van Brown, die zij gebruikte als artiestennaam. Partner Theophila Szterker trad op onder de naam ‘Kaira’ en samen vormden ze ‘Les Deux Papillons’. Verslaggevers leken vergeten te zijn dat het ging om de wereldberoemde ‘Miss Lala’ en in de verslagen verwarden zij de namen van beide vrouwen: ‘l’Hippodrome nous montre les prodigieuz exercices de Mlles Olga et Kaïra, dont la première, après un saut périlleux de vingt mètres, est attrapée au vol par la seconde, une négresse dúne force herculéene et qui rendrait des points à Marseille.1

Emily Levy, Hippodrome, au pont de l’Alma… Les merveilleuses gymnasiarques Kaira et Olga , Bibliothèque nationale de France, ENT DN-1 (LEVY,Emile)-FT6 .

Vanaf 1883 trokken Brown en Szterker door Franse steden, zo traden ze
in januari 1887 t op in de Folies-Bergère. Na dit optreden sloten de twee vlinders zich aan bij Circus Wulff. Met dit circus deden zij, als onderdeel van een grote Europese tournee, Rotterdam aan. Voor de optredens verrees een houten circus ‘naast de Diergaarde aan den Stationsweg’, met daarnaast een gebouw waarin honderd paarden werden ondergebracht.2 Circus Wulff zou hier verblijven van 7 april – 8 juni 1888.

Het Rotterdamsch Nieuwsblad schreef op 10 april 1888: […] de arcobatische toeren, de gymnastische verrichtingen en verdere afwisselingen mogen niet onvermeld worden gelaten, er wordt op dat gebied iets voortreffelijks geleverd […] de dames Olga en Kaira in haar verrichtingen op het draaiende luchttoestel doen met het meeste zelfvertrouwen de ijzingwekkendste toeren in den nok van het gebouw.’ Na Rotterdam deed Circus Wulff de Duitse stad Barmen aan, waar Kaira kwam te overlijden na een ongeluk tijdens de repetities.

1916 Europa in Flammen

Affiche Adolph Friedländer (1916) Circuscollectie Allard Pierson Museum, inv.nr. C01285.000

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werden buitenlandse artiesten en mensen die te zien waren in völkerschauen gedwongen Duitsland te verlaten. Circus Sarrasani paste hierop het programma aan. In december 1914 beleefde het manegestuk Europa in Flammen haar première. In Dresden, de thuisstad van Circus Sarrasani, was het stuk een enorm succes. Sarrasani gebruikte de modernste technologie voor de politieke en militaire scènes, zoals het hof vande tsaar, de Duitse invasie van België (3 augustus – 31 oktober 1914) en de Eerste Slag bij de Mazurische meren (9-14 september 1914). Voor deze laatste scène werd de hele piste onder water gezet.

In 1916 wilde Sarrasani het stuk in Berlijn opvoeren, maar in december van dat jaar verleende de Berlijnse Censuurraad geen toestemming. De raad stelde dat Sarrasani militaire operaties voorafgaand en aan het begin van de Eerste Wereldoorlog te sensationeel voorstelde, wat onrust en bezorgheid bij het publiek tot gevolg kon hebben. 1

ca. 1940-1950 Museu do Dondo

“Museu de Angola 5 aspecto de secçao de Etnografia”.Au centre: “Ediçao do museu de Angola – Luanda”. “Leonar”, collectie Musée du Quai Branly, inv.nr. PP0230365 .

Bovenstaande kaart is afkomstig uit de collectie van het Musée du Quai Branly te Parijs. Op de foto is een deel van een museumzaal te zien met ceremoniële voorwerpen van de bevolkingsgroep Chokwe, uit de regio Lunda in het noord-westen van Angola. Een prominente plaats is weggelegd voor ceremoniële stoelen (ngundja), bestemd voor leiders van de Chokwe. In Nederland is een dergelijke stoel opgenomen in de collectie van het Nationaal Museum van Wereldculturen 1 en ook diverse Amerikaanse musea hebben de ngundja in hun collectie
uitgebreid omschreven. 2

De foto uit de collectie van het Musée de Quai Branly geeft echter geen museumzaal in Europa of de Verenigde Staten weer, maar het Museu do Dondo in Angola – tot 1975 een Portugese kolonie. Het museum werd in 1936 opgericht door de Companhia de Diamantes de Angola (Diamang, 1917-1975), een consortium van investeerders uit Portugal, België, Frankrijk en de Verenigde Staten. 3

Belangrijk in de beginjaren van de instelling was José Redinha (1905-1983). Hij maakte in de periode 1936-1946 diverse verzamelreizen om voorwerpen van de Lund en Chokwe bijeen te brengen. Tot zijn betrokkenheid bij het museum was Ledenha werzaam bij de posterij van het Portugese koloniale bestuur. Redinha werd in 1942 benoemd tot conservator van het Museu do Dondo, drie jaar later begon hij aan een studie etnografie in Lissabon. 4

Bij het museum hoorde een ‘village indigène’ (letterlijk: inheems dorp), een formule die sinds het einde van de negentiende eeuw groot succes oogstte op wereldtentoonstellingen. Dit dorp zou het traditionele leven van de Chokwe weergeven, met op de voorgrond een mannenhuis. Collectie Musée du Quai Branly, inv.nr. PP0075605.

Het Museu do Dondo in Angola is slechts één van de musea die in Afrikaanse koloniën als Zuid-Afrika en Senegal werden opgericht. Zowel de architectuur van de gebouwen als de wijze van presentatie waren gebaseerd op Westerse modellen en ideeën. Evenals de volkenkundige musea in Europa weerspiegelde het Museu do Dondo weerspiegelde de relatie tussen kolonisator en kolonie. De keuze van de objecten en de opstelling hiervan werd bepaald door Europeanen – hoewel het museum op Angolese grond stond. Daarnaast wijst het feit dat de instelling werd opgericht door een diamantonderneming die behoefte had aan kennis had aan de lokale bevolkingsgroepen, op de nauwe relatie tussen koloniale politiek en economie en de doelstelling van het museum. 5