1897-1905 Eph Thompson

De collectie van her Allard Pierson Museum omvat een portret van Moses Ephraim Thompson (1859 – 1909) een Amerikaanse olifantendresseur die in de periode 1897-1905 meermaals optrad in Nederland.

R. Schwertführer Ephraïm Thompson, Berlijn. Collectie Allard Pierson Museum, inv.nr. TEY001015674.

In haar sociaal-culturele benadering van het circus, beschrijft Davis de fundamentele betekenis van de voltooiing van de transcontinentale spoorlijn tussen de oost- en westkust van de Verenigde Staten (1868) voor de ontwikkeling van de amusementsvorm. Zij hanteert de term railroad circus, met wagons voor tenten, voedsel, levende have en slaapwagons; waar honderden mensen in dienst waren en evenzoveel dieren deel van uitmaakten.1 De strikte dienstregeling op het spoor, tezamen met de principes van Taylors scientific management leidden tot een gedisciplineerde en hoogst gespecialiseerde arbeidsverdeling voor het plannen van de tournee, werven van arbeiders, opbouw en afbraak van de tenten en marketing. 2

Launey & Goebel Photographers (1860-1890), twee Afro-Amerikaanse mannen en een vrouw bij een onderkomen van ofwel tot slaafgemaakten ofwel deelpachters – gezien de datering kan het om beide groepen gaan. Collectie Library of Congress, inv.nr. ppmsca 39591 //hdl.loc.gov/loc.pnp/ppmsca.39591

Childress stelt dat deze schaalvergroting van het circus voor Afro-Amerikanen een uitweg bood aan een bestaan als deelpachter 3 Tot het eerste decennium van de twintigste eeuw woonde 90% van de Afro-Amerikaanse bevolking in de zuidelijke staten, waar de plantage-economie tot 1865 in stand gehouden werd door slavernij.
Arbeid in de tweede helft van de negentiende eeuw werd gekenmerkt door deelpacht. Het ontbrak voormalige tot slaaf gemaakten aan middelen om grond aan te schaffen en noodgedwongen huurden zij van de vroegere slavenhouders hun onderkomen, zaden en gereedschap om katoen te telen op hun land. De opbrengsten werden aan de grondbezitter afgestaan als aflossing. Als gevolg van hoge rentes, het verbod om katoenzaad te bezitten, misoogsten en fluctuerende katoenprijzen leefden de deelpachters veelal in schuldslavernij.4

Strobridge Lith Co (1899). Circus van Barnum en Bailey bestaande uit hoofdtent en kleinere tenten. Op de voorgrond, en aan de linker- en rechterzijde van het affiche is een rijdende, rode stoomtrein te zien. Collectie Library of Congress inv.nr ppmsca 54833 //hdl.loc.gov/loc.pnp/ppmsca.54833

Niettemin was het Amerikaanse circuswezen van de negentiende eeuw doortrokken van zowel de ideologie als de structuur van rassenongelijkheid. De grote circussen Bailey en Ringling namen geen Afro-Amerikanen in dienst, bij concurrenten als Wallace, Forepaugh, Sells en Robinson vervulden zij ondergeschikte taken als staljongens, tafelbediendes, dragers en in de opbouw en afbraak van kleinere tenten. Het Amerikaanse circus bestond uit een hoofdtent (big top), de opbouw daarvan was voorbehouden aan de zogeheten‘witte brigades’, en kleinere tenten voor onder meer de menagerie en sideshows. 5
In de sideshows waren Afro-Amerikanen overwegend te zien als ‘wilden’, ‘kannibalen’, of de ontbrekende schakel in de evolutie van aap naar mens.6 Een uitzondering vormden de sideshow bands, die bestonden uit Afro-Amerikaanse muzikanten. 7 De bands werden soms vergezeld door Afro-Amerikaanse acrobaten, koorddansers en jongleerders, maar hun aanwezigheid bleef immer beperk tot de sideshows. 8

Frederick Whitman Glasier, P.G, Lowery Sideshow band – bestaand uit Afro-Amerikaanse muzikanten en, zittend op de eerste rij in wit gekleed, twee zangeressen. De band was bijzonder populair en genoot een grote reputatie. Collectie Ringling Museum, inv.nr 1963.1.701

De ouders van Thompson werden geboren in Kentucky, historicus Green neemt aan dat zij voor het uitbreken van de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) naar Canada vluchtten, waar hun drie zoons ter wereld kwamen. 9 Eph Thompson begon als kind van veertien in circus Forepaugh, als waterdrager voor de olifanten. Auteur Daly merkte op dat Adam Forepaugh zijn zoon ‘Addie’ presenteerde als de jongste olifantentrainer ter wereld, maar dat Thompson degene was die daadwerkelijk met de 32 dieren werkte.
And the knowledge of how slaves of his parents’ generation had suffered may have made Eph Thompson all the more receptive to a radical philosophy based on gentleness. With the avowedly brutal Addie taking the credit, but the gentle Thompson most likely doing the actual training, the motivating principles would have been praise and rewards.’ 10

The comic boxing elephant Tom with Eph Thompson’.
Bron: http://bucklesw.blogspot.com/2007/01/eph-thompson-2.html

Thomspon voerde een act uit waarin hij een bokswedstrijd met één van de olifanten aanging, in het circus van Forepaugh was dit de olifant John L. Sullivan. The Washington Post deed verslag: ‘Sullivan was brought out and a glove was fitted to his trunk. The soft gloves fell without apparent effect on the animal’s thick hide, while the blows frorm his trunk were delivered with force, even if precision was lacking. The first round closed with a victory for the elephant. He sat down and was rubbed and fanned by two attendants.’ 11
Davis beschouwt de act als een verlengde van minstrel shows. Waar bijvoorbeeld witte leeuwentemmers heer en meester waren over de dieren, speelde Thompson een dommige lafaard, de olifant sloeg hem op zijn achterwerk of liet hem door de lucht tuimelen. Op het affiche wordt dit versterkt door de aanwezigheid van de clown, gekleed in hetzelfde kostuum als Thompson. Koorddansers en acrobaten voerden uiterlijk onbewogen levensgevaarlijke kunststukjes uit, de clown daarentegen zette het al gillend op een rennen bij het zien van een muis. 12

Thompson vertrok in 1885 naar Europa. Hier werkte hij voor Carl Hagenbeck, die in april 1887 een eigen circus oprichtte. In december 1887 berichtten verschillende Nederlandse nieuwsbladen op basis van de Hamburger Nachrichten over Thompson en zijn liefde voor schoonrijdster Dolinda de la Plata (1870-1965). Volgens de artikelen was Thompson grote eer ten deel gevallen na zijn optredens voor Renz en Hagenbeck. Vanwege het verzet van De La Plata’s ‘pleegvader’ 13 tegen de relatie, vluchtte het paar tijdens een optreden in Bremen. Thompson vond een engagement bij het Solansky Circus in St. Petersburg, waar de Amerikaanse consul het paar in de echt verbond.14

Advertentie in The Era (2 mei 1896).

Vanaf het begin van de jaren 1890 was Thompson te zien op prestigieuze podia, zoals in 1893 Covent Garden te Londen:
Eph Thompson may well claim that his five elephants are exceptional animals in point of intelligence, docility, and careful training. Four of them “waltzed” with the utmost gravity and accuracy of step. One animal raised his instructor from the ground, holding him between its trunk and large tusks ; it also perambulated the stage, limping on three legs. Music-stands and instruments being placed before the pachyderms, they showed their skill in turning the handles of organs, in playing on bells and on the big drum. Finally, a couple of them sustained a wire on which Madlle. Dolinda de la Plata poised herself and executed some intricate evolutions.’ 15

De affiches uit de collectie van het Allard Pierson Museum zijn mogelijk vervaardigd voor optredens in Parijs. In 1897 was Thompson te zien in Circus Carré, in advertenties werden de olifanten aangekondigd als de ‘drie vrolijke kegelaars’. Op de affiches is Thompson dynamisch afgebeeld: balancerend op een tussen de slurven van de olifanten gespannen koord, springend over het touw dat de dieren ronddraaien, als dirigent en als begeleider wanneer één van de olifanten een koprol maakt. Zijn kostuum met rode of blauwe huzarenjas en rijlaarzen kwam overeen met de militaire mode die onder Europese dierentemmers in zwang was. 16
In 1906 keerde hij terug naar de Verenigde Staten, waar hij zijn vier olifanten probeerde te verkopen.17 Thompson overleed in 1909 in Egypte en werd begraven op Brookwood Cemetary, Surrey.

Adolph Friedländer (1903) Thompson met ‘de enige olifant ter wereld die een salto kon maken’. Collectie Allard Pierson Museum, inv.nr. TEY0010002132

1897 28 augustus – 13 septemberCircus Oscar Carré, Amsterdam
190025 oktober – 2 septemberCircus Oscar Carré, Amsterdam
190131 januariCasino Rotterdam
190320 – 26 novemberCircus Oscar Carré, Amsterdam
190510 juli – 7 augustusCircus Albert Schumann, Den Haag.
Optredens Eph Thompson in Nederland (o.b.v. Delpher)

1865 – 1921 Circus Lowande

Nadat het circus van de gebroeders Brown in 1830 Paramaribo aandeed, waren in deze stad circusoptredens te zien in 1843 en 1858. In november 1843 gaf het ‘Olymische circus’ een aantal ‘magnifique voorstellingen’. 1 Vijftien jaar later deed een circus met dezelfde naam de stad aan en werden in de advertentie namen van drie ‘kunstkoorddansers’ genoemd: A. Themar, E. Ceïd en M.St. Veran.2

Affiche Grand Circo Lowande, Courier co (z.j.). Collectie Ringling Museum, Tibbals Circus Collection, inv.nr. ht5000141 .

Alle voorstellingen vonden plaats ‘met vergunning van Zijne Excellentie den Heer Gouverneur’, zo ook de reeks van ‘Cirque Luande’ in februari 1865. De advertentie van 5 april 1865 sprak van een benefietvoorstelling voor Clarinda Luande, waarmee duidelijk wordt dat het gaat om de dochter van Alexander Lowande (*1805), eigenaar van het ‘Grande Circo Olimpico’. Geboren in Boston, zou Lowande als achtjarige jongen in de leer zijn gegaan bij de eigenaar van een circus uit Californië, die hem trainde in het berijden van een ongezadeld paard. In 1830 zou Lowande het circus hebben overgekocht van de Californische eigenaar tijdens een tournee door Zuid-Amerika.3
In 1842 trad Lowande in Brazilië in het huwelijk; zijn echtgenote Guilhermina zou de eerste vrouw van het land zijn geweest die de rijkunst ging beoefenen. Door dit huwelijk en dat van Lowandes dochter met een Braziliaanse ruiter wordt aangenomen dat Braziliaanse circusartiesten een gelijkwaardige positie hadden binnen het gezelschap. In het circus van Lowarde stond het paard centraal, naast de dressuur ook acrobatiek op het paard, jongleren en staand rijden. 4

Delpher – De West-Indiër (29 april 1891). Bovenste gedeelte van een advertentie.

Leden van de familie Lowande waren verbonden aan grote circussen als Ringling, Forepaugh en Barnum en leidden daarnaast zelf gezelschappen. In 1891 zou Martinho Lowande 5 met een eigen schoener verscheidene Caraïbische eilanden hebben aangedaan. In 1891 gaf hij met zijn partner een aantal optredens in Paramaribo, Suriname. Op het Vaillantsplein waren volgens de advertentie zeventien artiesten te zien, waaronder Martinho, Oscar en Alex Lowande.
In 1902 behoorden een olifant en drie leeuwen tot het gezelschap van Tony Lowande, maar de verslaggever van het nieuwsblad Suriname had vooral oog voor het publiek: ‘het overgroote deel der bezoekers, van wien men gerustelijk kan zeggen dat het den toegangsprijs op eerlijke wijs niet kan betalen, en dat het dus ongetwijfeld niet op geoorloofde wijs aan het bedrag komt. Lang betoog behoeft het dus niet, om aan te toonen dat dit leidt tot misdaad en tot bevordering der toenemende zedeloosheid en leeglooperij.6 Dergelijke bezwaren werden niet geuit toen Circus Lowande in 1905 en 1921 Paramaribo bezocht.

1830 Circus (Brown brothers)

Delpher – Advertentie, Surinaamsche Courant, 30 oktober 1830.

De eerste advertentie die in Delpher te vinden is over circus in Suriname, dateert uit 1830 : ‘De zogenaamde kapitein Dick , zal Heden Avond, de aanschouwers op eene aangenaame wijze bezig houden, door het verrigten van onderscheidene manouevres te paard.’

Rond 1825 was het circus in de Verenigde Staten uitgegroeid tot een gevestigde vorm van vermaak, waardoor gezelschappen over kapitaal beschikten om andere markten te betreden. Aanvankelijk richtten zij zich op Canada, Centraal- en Zuid-Amerika en het Caraïbisch gebied. In deze regio’s waren eerder speelsteden gecreëerd door Europese gezelschappen die op Amerikaanse tournee waren. Vooral de nabijheid van het Caraïbisch gebied bood voor de Amerikanen een manier om in de winter omzet te blijven maken.

Benjamin, Christopher en Herschel Brown zouden met hun ‘Cirque Olympique’ in 1830 een reis van vijftien maanden maken langs Martinique, Jamaica, Barbados, Honduras, Frans-Guyana en Suriname. De ‘Voltiguers’ sprongen vanaf de grond op een galopperend paard en toonden acrobatiek op het dier. Naast zes paarden , een leeuw en jaguar maakten zes apen onderdeel uit van het circus. Een van de apen was de in de advertentie aangekondigde ‘kapitein Dick’, die getraind was om een paard te berijden. 1

1888 Olga & Kaira

Dit is een bericht naar aanleiding van het artikel ‘The Untold Story of Europe’s first black female circus star’ geschreven door
Rosemary Laryea voor het medium The Voice (3 september 2019). Lees het hele artikel hier.

F. Appell, Miss Lala et troupe Kaira , Bibliothèque nationale de France, ENT DN-1 (APPEL,F.)-FT6 .

Laryea reconstrueerde het levensverhaal van Anna Olga Albertina Brown (1858), die aanvankelijk beroemd werd als ‘Miss Lala’. In dagblad La Laterne werd op 11 december 1878 aangekondigd: ‘Au cirque Fernando, début de la famille Kaira et de la négresse miss Lala. Cette dernière, suspendue par ses jarrets au trapèze, tient dans ses dents une pièce de canon du poids de 300 kilos, qu’elle fait partir sans que le choc fasee vaciller cet affût vivant. Tour Paris voudra voir la plus grande attraction du monde.’ Brown toonde haar onwaarschijnlijke kracht door, ondersteboven hangend aan de trapeze, een kanon van 300 kilo aan een touw tussen haar kaken te klemmen, dat ze wist vast te houden terwijl het kanon werd afgevuurd.
Drie dagen later schreef de krant in superlatieven over het nummer: ‘Le début, au cirque Fernando, de la célèbre miss Lala a obtenu un succès foudroyant; rien de plus émouvant que son exercise du canon et l’ascension au plafond. Cet exercise, complètement nouveau et inventé pas miss Lala, et le nec plus ultra de tout ce qui a été vu jusqu’à ce jour.’

De Franse Nationale Bibliotheek bezit naast een affiche waarop de tour de force van Miss Lala is afgebeeld, ook een affiche van ‘Olga en Kaira’. Olga was de tweede naam van Brown, die zij gebruikte als artiestennaam. Partner Theophila Szterker trad op onder de naam ‘Kaira’ en samen vormden ze ‘Les Deux Papillons’. Verslaggevers leken vergeten te zijn dat het ging om de wereldberoemde ‘Miss Lala’ en in de verslagen verwarden zij de namen van beide vrouwen: ‘l’Hippodrome nous montre les prodigieuz exercices de Mlles Olga et Kaïra, dont la première, après un saut périlleux de vingt mètres, est attrapée au vol par la seconde, une négresse dúne force herculéene et qui rendrait des points à Marseille.1

Emily Levy, Hippodrome, au pont de l’Alma… Les merveilleuses gymnasiarques Kaira et Olga , Bibliothèque nationale de France, ENT DN-1 (LEVY,Emile)-FT6 .

Vanaf 1883 trokken Brown en Szterker door Franse steden, zo traden ze
in januari 1887 t op in de Folies-Bergère. Na dit optreden sloten de twee vlinders zich aan bij Circus Wulff. Met dit circus deden zij, als onderdeel van een grote Europese tournee, Rotterdam aan. Voor de optredens verrees een houten circus ‘naast de Diergaarde aan den Stationsweg’, met daarnaast een gebouw waarin honderd paarden werden ondergebracht.2 Circus Wulff zou hier verblijven van 7 april – 8 juni 1888.

Het Rotterdamsch Nieuwsblad schreef op 10 april 1888: […] de arcobatische toeren, de gymnastische verrichtingen en verdere afwisselingen mogen niet onvermeld worden gelaten, er wordt op dat gebied iets voortreffelijks geleverd […] de dames Olga en Kaira in haar verrichtingen op het draaiende luchttoestel doen met het meeste zelfvertrouwen de ijzingwekkendste toeren in den nok van het gebouw.’ Na Rotterdam deed Circus Wulff de Duitse stad Barmen aan, waar Kaira kwam te overlijden na een ongeluk tijdens de repetities.

1916 Europa in Flammen

Affiche Adolph Friedländer (1916) Circuscollectie Allard Pierson Museum, inv.nr. C01285.000

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werden buitenlandse artiesten en mensen die te zien waren in völkerschauen gedwongen Duitsland te verlaten. Circus Sarrasani paste hierop het programma aan. In december 1914 beleefde het manegestuk Europa in Flammen haar première. In Dresden, de thuisstad van Circus Sarrasani, was het stuk een enorm succes. Sarrasani gebruikte de modernste technologie voor de politieke en militaire scènes, zoals het hof vande tsaar, de Duitse invasie van België (3 augustus – 31 oktober 1914) en de Eerste Slag bij de Mazurische meren (9-14 september 1914). Voor deze laatste scène werd de hele piste onder water gezet.

In 1916 wilde Sarrasani het stuk in Berlijn opvoeren, maar in december van dat jaar verleende de Berlijnse Censuurraad geen toestemming. De raad stelde dat Sarrasani militaire operaties voorafgaand en aan het begin van de Eerste Wereldoorlog te sensationeel voorstelde, wat onrust en bezorgheid bij het publiek tot gevolg kon hebben. 1

1894-1901 Brooks & Duncan

Adolph Friedländer, Affiche Brooks and Duncan (1873), Circuscollectie Allard Pierson Museum, inv.nr. TEY10002750

De collectie van het Circumuseum omvat een affiche van het Afro-Amerikaanse duo Billy Brooks en George Duncan. De twee Amerikanen zouden tot in de jaren 1920 in Europa actief zijn geweest. Voor hun komst naar Europa waren zij in de Verenigde Staten onderdeel van een blackface gezelschap.1 Na de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) vormden minstrel shows voor Afro-Amerikanen vrijwel de enige manier om door te breken in de show business. Aanvankelijk konden
zij echter weinig anders dan aan de verwachting van het publiek voldoen en de stereotypes uitbeelden die de kern vormden van de minstrel shows. 2 Wellicht om die reden lijken de getekende scènes op dit affiche van Friedländer uit 1873, sterk op die op het affiche van het duo Forrester en Harding.
Via diverse zoekmachines zijn optredens van Brooks en Duncan te achterhalen. Samen met een derde artiest, Sibbs, traden zij in 1885 op in het Parijs theater Folies Bergère; hetzelfde jaar werd het casino van Reims aangedaan. In de advertenties werden zij aangekondigd als ‘nègres burlesques’. 3

Imp Léon Brière, Affiche ‘Three jolly coons’, Médiathèque de Chaumont A4263.

Uit advertenties in Delpher blijkt dat Brooks en Duncan bijna een decennium later in Nederland optraden, in de jaren 1894-1896, 1899 en 1901. In de Nederlandse advertenties wordt het duo aangekondigd als ‘Neger excentrics’ (1894 en 1899), ‘American Excentrics’ (1895) en ‘Neger pantomime’ (1899). 4

W Hendl, affiche voor Brooks en Duncan voor optredens in Wenen, enkele scènes komen overeen met die op het affiche van Friedländer. Médiathèque de Chaumont , A1053.

ca 1885 Forrest & Harding

In de collectie van het Circusmuseum is een affiche omschreven aan de hand van de namen die er op prijken: Forrest and Harding, met daaraan toegevoegd ‘music-act‘. Uit het affiche wordt de essentie van de shows duidelijk: Forrest en Harding toerden met een minstrel show, ook bekend als blackface.

Circuscollectie Allard Pierson Museum, inv.nr. TEY0010002745

David Ciarlo nam het affiche op in zijn toonaangevende werk Advertising Empire. Vermoedelijk is het door de firma Friedländer vervaardigd rond 1885, toen het Amerikaanse duo Duitsland aandeed. Op de bovenste helft van het affiche zijn de twee mannen min of meer realistisch geportretteerd, Ciarlo suggereert dat dit daarmee duidelijk werd gemaakt dat er geen sprake was van een völkerschau waar Afro-Amerikanen uit het zuiden van de Verenigde Staten werden vertoond. 1 Dit om verwarring zoals bij de Haverly Mastodon Minstrels eerder in de jaren 1880 te voorkomen: het Duitse publiek reageerde toen woedend op het feit dat zij witte mannen in blackface zagen waar zij Afro-Amerikanen hadden verwacht. 2
Ciarlo wijst op de extreme vervorming waarmee Forrest en Harding in de scènes zijn getekend: de grote voeten en dunne benen, de grimassende gezichten, de monden die van rubber lijken.

Overigens zijn de minstrels afgebeeld met banjo’s, een instrument dat sinds de vroegste shows werd gebruikt. De wortels van het instrument liggen echter in West-Afrika, zie hier en hier.

1935 Long Tack Sam

Adolph Friedländer, affiche voor Long Tack Sam (1930), Circuscollectie Allard Pierson Museum, inv.nr. 10000285.

De collectie van het Circusmuseum omvat een affiche van ‘Long Tack Sam’, vervaardigd door de firma Friedländer.
Long Tack Sam was de artiestennaam van de in China geboren Lung Te Shan (1884-1961). 1 Het Smithsonian Instite in de Verenigde Staten kocht eenzelfde affiche van Friedländer aan, het belang van de artiest omschreven ze in een blog: Long Tack Sam’s Magical Fame and Mysterious Vanishing Act. De achterkleindochter van de ooit wereldberoemde entertainer maakte een graphic novel en documentaire, zowel de trailer als de gehele film zijn te zien op Youtube.

Trailer documentaire Ann Marie Fleming, over haar wereldberoemde overgrootvader.

Long Tack Sam was niet in Nederland te zien, maar deed in 1935 wel Nederlands-Indië aan. Van half augustus tot half september was een revue met twintig artiesten te zien in het Sampoerna theater van Soerabaja.

Delpher – Soerabaijasch Handelsblad, 16 augustus 1935. De aankondigingen in de dagbladen waren voorzien van foto’s van het gezelschap, hier is Long tack Sam afgebeeld met zijn twee dochters.
Adolph Friedländer, affiche voor Mi-Na en Nee-Sa Long (1930), Circuscollectie Allard Pierson Museum, inv.nr. 10001196.

1871 Tycoon Japanese Troupe

Delpher – Bataviaasch Handelsblad, 2 juni 1871

Het Bataviaasch Nieuwsblad maakte in 1871 melding van een optreden van een gezelschap waarin Japanse acrobaten waren te zien. In de advertentie gespeld als ‘de ‘koninklijke Tykoon’, gaat het naar alle waarschijnlijkheid om het gezelschap ‘The Tycoon Japanese Troupe’.  De vermaarde Matsui Gensui, dertiende generatie in een geslacht van acrobaten, stond aan het hoofd van dee groep. In een blogbericht achterhaalde  Lelsley Downer dat Matsui Gensui met zijn groep in december 1866 per boot van Japan naar Southampton reisde. 1

Matsui Gensui met zijn familie | Bron: The Library of Nineteenth-Century Photography

Aya Mihara wijst op het belang van dat vroege jaartal. In de geschiedschrijving wordt het grote belang benadrukt van 1868, het jaar dat keizer Meiji (1852-1912) een einde maakte aan de isolatiepolitiek van Japan, die tweeëneenhalve eeuw had geduurd. Mihara schrijft dat de aanwezigheid van Japanse acrobaten in Europa toont dat de laatste shogun al de belangrijke beslissing nam om Japanse burgers toestemming te geven het land te verlagen. Mihara vervolgt dat het een riskante en kostbare onderneming was, maar dat Japanners in dienst werden genomen door westerlingen die hen op podia lieten optreden, omdat zij als nieuwe sensatie veel geld konden opbrengen. 2

Na een tournee door Engeland waren de kunsten van Gensui en zijn groep in 1867 te bewonderen op de wereldtentoonstelling van Parijs, alwaar ze de naam van ‘Tycoon Japanse Troupe’ aannamen.

1868 Risley’s Japansch Gezelschap

Delpher Kranten – Algemeen Handelsblad 05-03-1868

‘Professor Risley’ is een belangwekkende figuur in de circusgeschiedenis. Richard Risley Carlisle was een Amerikaanse acrobaat, die ook in Europa optrad. In Delpher zijn advertenties uit 1844 te vinden van een optreden van ‘Professor Risley en zijn zonen’. Met de tournee die hij in 1857 in Australië begon, zou hij geschiedenis schrijven.

Risley zou jarenlang in Azië verblijven. In Delpher zijn advertenties te vinden waaruit blijkt dat Risley in oktober 1861 en juli 1862 ‘atletische voorstellingen’ gaf in toenmalige Nederlands-Indië. De eerste zin van de advertenties luidt dan ook: ‘Met toestemming van den resident van Batavia’.

Delpher Kranten – Java-bode : nieuws, handels- en advertentieblad voor Nederlandsch-Indie 30-11-1861

Tegen oktober 1863 bereikte Risley de havenstad Shanghai, met een gezelschap dat uit twaalf mensen bestond. Het gezelschap werd ondergebracht in het kwartier voor buitenlanders, maar door de strenge winter werden circusartiesten ernstig ziek – anderen besloten Risley vaarwel te zeggen. In maart 1864 kwam Risley in Japan aan. Niet alleen bracht hij westerse circuselementen naar Japan, omgekeerd kon hij traditionele entertainers aan het werk zien: Japanse evenwichtskunstenaars, jongleerders, acrobaten en goochelaars trokken naar Yokohama om hun kunsten te vertonen.
In 1866 trok de Japanse overheid het edict in dat de eigen burgers verbood om het land te verlaten. Hierop stelde Risley een gezelschap samen, de Imperial Japanese Troupe, waarmee hij het westers publiek wilde veroveren. De groep trad in 1867 op in San Fransisco en tot juli in New York. Ze zetten hun reis voort richting de wereldtentoonstelling in Parijs. 1

De Nederlandse advertenties vermeldden de optredens van de groep in het Cirque Napoleon tijden de wereldtentoonstelling. Eind februari begonnen de voorstellingen in Rotterdam. De lange advertentie in de Nieuwe Rotterdamsche Courant benadrukte eerst de grote hoeveelheden bezoekers die het gezelschap over de hele wereld trok. Een letteraffiche uit de collectie van het Stadsarchief Rotterdam vermeldt het hele programma:

GAR01:1868-03-26 (Letteraffiche), Letteraffiches van de Grote Schouwburg te Rotterdam 1791-1887, Gemeentearchief Rotterdam

Vanaf begin april 1868 was het circus van ‘Professor Risley’ in Groot-Brittannië te zien. De advertentie uit het Algemeen Handelsblad eerder dat jaar en het affiche voor de Britse optredens bevatten dezelfde elementen:

Collectie British Museum, Evan.489