1881-1882 Kawaskar

Calafate, Zoológicos Humanos from Enrique Ramirez on Vimeo.

Twee weken nadat alle Inuit overleden die in een völkerschau waren getoond, besloot Carl Hagenbeck in Hamburg een groep mensen aan te kopen van scheepskapitein G. Schweers.1 De vier mannen, vier vrouwen en drie kinderen behoorden tot de Kawaskar, een groep die leeft op de archipel Vuurland. Als de ‘Vuurlanders’  waren ze te zien in Parijs, Duitsland en Zwitserland. Zes leden van de groep overleden tijdens deze tournee.

Diverse Nederlandse dagbladen berichtten over de aankomst van de groep in Hamburg. Kapitein Schweerszou hen hebben ‘overgehaald om eens een reis naar Europa te doen’.2 Historici gaan er echter van uit dat hun komst niet vrijwillig was; waarschijnlijk werden zij in juni 1881 bij de Hermite-eilanden gevonden door een Chileense zeehondenjager dien hen doorverkocht aan de Duitse kapitein.3

Hagenbeck toonde de groep als eerst in de Jardin d’Acclimatation te Parijs. De correspondent van de Amsterdamsche Courant schreef over zijn bezoek aan het ‘ gezelschap menschen-eters’: ‘ Het zijn zeer geprononceerd dierlijke typen; kleine hoofden, platte neuzen en enorme monden.’ Het is niet duidelijk of de correspondent gebruik heeft gemaakt van publicitair materiaal van de firma Hagenbeck om het veronderstelde kannibalisme van de groep te beschrijven: ‘ In hun land bestaat het gewone voedsel uit visschen en uit lijken van drenkelingen, die de zee op hun kusten werpt. In het koudste jaargetijde […] verslinden zij elkander.’ 4


Fotograaf: Gustave Le Bon (?), Fuégiens, 1881. Collectie Bibliothèque nationale de France, département Société de Géographie,, Paris, inv.nr. ark:/12148/btv1b5964487v

In de Franse hoofdstad kwam als eerst een kind te overlijden – de berichtgeving bereikte ook de Nederlandse dagbladen. Het Rotterdamsch Nieuwsblad meldde dat het niet direct mogelijk was het meisje te begraven omdat er geen geboorte-akte kon worden overlegd. ‘Eindelijk heeft de rechtbank daarin beslist en werd het kind op een eenvoudige wijze ter aarde besteld, tot grooten spijt van vele Parijzenaars, die op een aantal zonderlinge ceremoniën der Vuurlanders hadden gerekend en reeds vroeg aan het kerkhof hadden postgevat.’ 5

Het zesweekse verblijf in Parijs zou rond de 400,000 bezoekers hebben getrokken.6 Vervolgens werd de groep tentoongesteld in de diergaarde van Berlijn. De  Provinciale Drentsche en Asser Courant merkte op dat het ‘dom, maar vreedzaam volkje’  werd ondergebracht in een leegstaand gedeelte van het struisvogelhuis 7
Tijdens hun verblijf in Berlijn werd de groep bezocht door Duitse wetenschappers. Zij onderwierpen alle leden van de groep aan lichamelijk onderzoek, waarbij ze bijzondere belangstelling koesterden voor de geslachtsdelen. Zij stelden vast dat de clitoris van de vrouwen ‘niet aapachtig groot’  was. Tot hun spijt konden zij geen uitspraak doen over de aanwezigheid van een maagdenvlies bij de meisjes van drie en vier jaar, omdat zowel de kinderen als hun moeders zich hier hevig tegen verzetten. 8

Na het verblijf in Berlijn openbaarden zich ziekteverschijnselen bij verschillende leden van de groep. Een van de volwassen vrouwen overleed onderweg naar Zürich; haar stoffelijk overschot werd overgebracht naar de anatomische afdeling van de universiteit van Zurich.9 Tijdens de völkerschau in Zurich bleek dat alle ‘ Vuurlanders’ de mazelen hadden. Hoewel ziekteverschijnselen als rode vlekken en koorts zichtbaar waren voor de toeschouwers, werden de zieken nog een week tentoongesteld.10 In een ziekenhuis te Zurich overleden drie leden van de groep. Dit bood medici alsnog de kans geslachtsdelen gedetailleerd te onderzoeken, organen te preparen en schedels te lichten. De schedels en skeletten werden aan het nieuw opgerichte antropologisch instituut geschonken.11

In 2008 wist de Chileense documentairemaker Hans Mülchi deze lichaamsresten te ontdekken temidden van de vele menselijke overblijfselen  in het instituut in Zürich. De resten waren bewaard gebleven met de namen die kapitein Schweers ze tijdens de zeereis naar Europa had gegeven. Senor Capitano, Antonio, Pedro en Henrico voor de mannen. Voor de vrouwen waren namen bedacht als Catherine, Lise, Grethe en Piscouna. De twee kleine meisjes werden Forsch en Dickkopf genoemd.12
Mülchi zette de repatriering van de vijf overleden Kawaskar in gang. Na een staatsceremonie werden de Kaweskar rituelen uitgevoerd voor de vijf doden – de manden met hun overblijfselen zijn bijgezet in grotten op het eiland Karukink’a.13

  1. Hilke Thode-Arora, Für fünfzig Pfennig um die Welt. Die Hagenbekschen Völkerschauen (Frankfurt; New York 1989) 35.
  2. Provinciale Noordbrabantsche en ’s Hertogenbossche courant (25 augustus 1881).
  3. Rea Brändle, Wildfremd, hautnah. Zürcher Völkerschauen und ihre Schauplätze 1835-1964 (Erweiterte Neuausgabe Zürich 2013) 16.
  4. Provinciale Drentsche en Asser courant (30 augustus 1881).
  5. Rotterdams nieuwsblad (7 oktober 1881).
  6. De Tijd (18 oktober 1881).
  7. Provinciale Drentsche en Asser Courant (25 oktober 1881).
  8. Brändle, Wildfremd, hautnah, 20.
  9. Brändle, Wildfremd, hautnah, 17.
  10. ]Brändle, Wildfremd, hautnah,  21.
  11. Brändle, Wildfremd, hautnah, 25.
  12. Brändle, Wildfremd, hautnah, 18.
  13. Peter Burghardt, ‘Rassismus –  Reste des Menschenzoos’, Suddeutsche Zeitung (17 mei 2010) http://www.sueddeutsche.de/panorama/rassismus-reste-des-menschenzoos-1.68896