German religious knowledge on South Asia – Conference

On behalf of dr. Isabella Schwaderer (Faculty of Philosophy, Erfurt University) , I would like to share the announcement of the conference From Universalism to Ethnopathos – Religious Knowledge in the Colonial Encounter between India and Germany (January 16-17, 2021). Due to COVID-19, the meeting will be entirely online. For the program, abstracts and contributions: https://indiagermany.hypotheses.org/ Everyone is cordially invited, please register in advance by sending an email to: isabella.schwaderer [@] uni-erfurt.de

1889-1891 Samoans

Ernst Thiele, men from the island Tutuila, Samoa, during a human exhibition in Germany (1890). Collection Nederlands Fotomuseum, Rotterdam, id.nr. WMR-908477-1.

Roslyn Poignant (1927 – 2019) 1 focused in her book Professional Savages on groups from North Queensland, Australia, who were exhibited by R.A Cunningham in the 1880s and 1890s. She briefly discussed the group of men who were recruited by Cunningham on the Samoan island of Tutuila. 2 Poignant didn’t include visual materials of this group in her work. Nevertheless, based on her description, it seems plausible that the photograph in the collection of the Nederlands Fotomuseum is a portrait of seven of the nine Samoans.

According to Poignant, impresario Cunningham arrived in Samoa in June 1889, a time when the United States, Great Britain as well as Germany claimed territory in the archipelago. Cunningham intended to exhibit the group for three years, starting in San Francisco. 3
The Washington Post spoke of ‘Samoan Warriors’ : ‘who are brought here to give exhibitions of war dancing and club and knife throwing. Their names are Manogi, Leasodso, Atofau, Foi, Mua, Lealofy, Letungaifo, Tu and Tasita. They will appear in their native costume, which consists of a piece of lappa cloth wound around the loins, a wreath of flowers around their necks and a string of vegetables around their heads.
They do not like San Francisco. They say it is too cold, and they already want to get back to Samoa.
4

In October 1889 Cunningham brought the group to New York, where the New York Tribune called Lealofy ‘the poet of the party, who composes impromptu songs on any occasion. […] The warriors yesterday seated themselves in a row on the floor and took up a war song, started by the poet, to the music of two mulberry sticks. They kept perfect time both in their singing and in the movement of their bodies. 5

Three of the six men described by Virchow, during their stay in Berlin (1890). Source: Zeitschrift für Ethnologie 22 (1890), 385.

The group travelled by ship from New York to Germany. In Berlin, the group was observed by ethnologist Rudolf Virchow (1821-1902). He remarked that ‘ihr Tanz von dem uns geläufigen wesentlich abweicht, indem er nich sowohl mit den Beinen, als mit den Armen un dem Rumpf getanzt wird. Die Samoaner sitzen mit gekreuzten oder ausgepreizten Beinen. flach auf dem Boden in einer langen Reihe und machen dann symmetrische Bewegungen, anfangs langsam, später hastig und gewaltsam, gegen einander.6

The photograph of 1890 shows seven men, accordingly, Virchow mentioned that seven Samoans performed in the Flora of Charlottenburg, a luxurious entertainment establishment in Berlin, beside the river Spree. Besides a stage the Flora consisted of a park and palm garden. However, only six men are included in Virchow’s table of physical measurements. 7 During his anthropometric research, Virchow noted a ‘vortrefflichlen Gesundheitszustande. Ihre Körper sind stark und wohl gebildet, ihr Ernährungszustand gut, ohne zur Fettbildung zu neigen, ihre Leistungen von einer überraschenden Energie.8

Although Virchow praised their outstanding health, Poignant found German newspaper articles reporting two men deceased before the group reached Berlin. Atofau died in Belgium, followed a few days later by Tu when the group stayed in Cologne.
Poignant wrote that Cunningham returned to the United States with five Samoans, where he left the men with another impresario.9 During the continuation of the tour in the winter of 1890-1891, Letungaifo died. His body was embalmed by the local funeral home and put on display as a curiosity. Manogi, Tasita, Mua and Foi were left on the streets of New York, where a journalist reported about them. City officials funded their return trip to Samoa. Manogi died en route and was buried in the United States. Only Tasita, Mua and Foi returned to Tutuila, Samoa. 10


1907-1922 Four Black diamonds

Links: Affiche Adolph Friedländer (1909), Circuscollectie Allard Pierson Museum, inv.nr. TEY0010002879.
Rechts: Foto, gepubliceerd in Bühne und Sport 6/14 (1906), achterhaald door onderzoeker Rainer Lotz.

Over deze groep is weinig informatie te vinden. Onderzoeker Rainer Lotz is gespecialiseerd in Afro-Amerikaanse artiesten die aan het begin van de twintigste eeuw in Europa optraden. Hij stelt dat de ‘Four Black Diamonds’ afkomstig waren uit San Fansisco en rond 1905 naar Europa kwamen – het is niet duidelijk of dan wel wanneer zij terugkeerden naar de Verenigde Staten. Evenmin is met zekerheid vast te stellen welke artiesten deel uitmaakten van de groep, van hun persoonlijke levensloop is dan ook niets bekend. Op basis van advertenties en recensies concludeerde Lotz dat de groep groot succes had met liederen die waren gebaseerd op folklore uit de Alpen, die zij ten gehore brachten in zogeheten ‘lederhosen’.
Lotz wist te achterhalen dat de groep in 1909, 1912 optrad in het Scala theater in Den Haag en in 1919 Amsterdam aandeed. 1
Uit Delpher blijkt dat zij vaker in Nederland hebben opgetreden. Het volgende lijstje geeft data weer waarop in een advertentie de ‘4 Black diamonds’ werden aangekondigd.

AdvertentieLocatieStad
18-05-1907CircusgebouwRotterdam
6-11-1909ScalaDen Haag
17-04-1912ScalaDen Haag
16-01-1914Variété FloraAmsterdam
17-10-1919ScalaDen Haag
31-10-1919CasinoRotterdam
22-11-1919Centraal TheaterAmsterdam
12-12-1919EdenAmsterdam
24-02-1920TivoliUtrecht
15-03-1920EdenAmsterdam
03-06-1922De UrquellDen Haag
Foto, Nordische Kunstanstalt Enst Schmidt&co, Lübeck (1900). Collectie Stadtmuseum Berlin, inv.nr. SM 2014-2618.

Lotz schrijft dat de groep gedurende de Eerste Wereldoorlog de optredens voortzette in het Verenigd Koninkrijk en rond 1922 uit elkaar ging, een datum die overeenkomt met hun laatste optreden in Nederland.

ca 1885 Forrest & Harding

In de collectie van het Circusmuseum is een affiche omschreven aan de hand van de namen die er op prijken: Forrest and Harding, met daaraan toegevoegd ‘music-act‘. Uit het affiche wordt de essentie van de shows duidelijk: Forrest en Harding toerden met een minstrel show, ook bekend als blackface.

Circuscollectie Allard Pierson Museum, inv.nr. TEY0010002745

David Ciarlo nam het affiche op in zijn toonaangevende werk Advertising Empire. Vermoedelijk is het door de firma Friedländer vervaardigd rond 1885, toen het Amerikaanse duo Duitsland aandeed. Op de bovenste helft van het affiche zijn de twee mannen min of meer realistisch geportretteerd, Ciarlo suggereert dat dit daarmee duidelijk werd gemaakt dat er geen sprake was van een völkerschau waar Afro-Amerikanen uit het zuiden van de Verenigde Staten werden vertoond. 1 Dit om verwarring zoals bij de Haverly Mastodon Minstrels eerder in de jaren 1880 te voorkomen: het Duitse publiek reageerde toen woedend op het feit dat zij witte mannen in blackface zagen waar zij Afro-Amerikanen hadden verwacht. 2
Ciarlo wijst op de extreme vervorming waarmee Forrest en Harding in de scènes zijn getekend: de grote voeten en dunne benen, de grimassende gezichten, de monden die van rubber lijken.

Overigens zijn de minstrels afgebeeld met banjo’s, een instrument dat sinds de vroegste shows werd gebruikt. De wortels van het instrument liggen echter in West-Afrika, zie hier en hier.

Anton de Kom in educatief programma Neuengamme

De uitgave Verflechtungen is lesmateriaal voor de bovenbouw van het voortgezet onderwijs en volwassenen, samengesteld door KZ-Gedenkstätte Neuengamme en de universiteiten van Augsburg en Hamburg. De uitgave bestrijkt een breed terrein. Op het voorblad van Verflechtungen is op de foto rechtsboven is het monument voor Anton De Kom in Amsterdam te zien, linksonder is zijn portret opgenomen. Download het boek hier.
Graag dank ik mevr.dr. Susann Lewerenz , een van de auteurs, voor het mogen gebruiken van de foto van het tentoonstellingspaneel met Anton de Kom.

Op de blog Caraïbisch Uitzicht van de Werkgroep Caraïbische letteren, is mijn volledige tekst over Verflechtungen geplaatst.



1898 Hagenbeck’s Indien

Adolph Friedländer, Affiche Hagenbeck’s Indien & Hagenbeck’s Ceylon thee, 1895 (of 1898), Circuscollectie Allard Pierson Museum, inv.nr. TEY0010002845.

De tempeldanseres op bovenstaand affiche is te zien op meerdere aankondigingen die Adolph Friedländer voor de völkerschauen van Hagenbeck ontwierp. Het affiche werd gemaakt voor een völkerschau in Berlijn. Op de Kurfürstendamm, een grote stadsboulevard, verrezen rondom het ‘Maharaniplatz’ en ‘Trischinapoli Platz’ decors en ‘Indiase’ bouwwerken van meerdere etages. Door de grootschaligheid en het spektakel leek de ‘volkerenshow’ hier te zijn uitgegroeid tot een etnografisch attractiepark. 1

Uit het overzicht van Hilke Thode-Arora blijkt dat de völkerschau in Berlijn plaatsvond in 1898. 2 Dit jaartal stemt overeen met de visuele bronnen in de particuliere Collectie Radauer.

De organisatie van deze völkerschau was in handen van John en Gustav Hagenbeck, twee jongere halfbroers van Carl. John Hagenbeck bezat in Colombo, Sri Lanka, plantages voor thee, rubber en kokosnoten. Op het affiche is de reclame voor ‘Hagenbeck’s Ceylon thee’ minstens net zo prominent als de aankondiging van de völkerschau.3

1904 ‘Tunesiërs’

Adolph Friedländer, Collectie Circusmuseum, inv.nr. TEY00100080

Dit affiche uit de collectie van het Circusmuseum is een zogeheten ‘Lagerplakat’. Bij het drukken werd er tekst voor ruimte open gelaten zodat potentiële kopers hier de plaatsen of data van de völkerschau konden vermelden. In het stadsarchief van München is een dergelijke variant van het affiche opgenomen.

Tunis in München- Die Tunesen auf dem Karawanenplatz. Stadtarchiv München, inv.nr: DE-1992-PL-12709 .

Impresario Carl Gabriel toonde tijdens het Oktoberfestvan 1904 een völkerschau die uit Tunesiërs zou bestaan. Gabriel bracht op het Oktoberfest onder meer een ‘Bedoeienen Karavaan'(1901 en 1912) en völkerschauen met mensen uit Samoa (1910), India (1925, in samenwerking met John Hagenbeck), Afrika (1926 en 1930).

1901 ‘Beduinen-Lager Karawane’

Beduinenlager-Karawane mit 70 Personen, Bazar mit Handwerkern, arabisches Cafe, Szenen aus der Wüste, Reitervorstellungen, Stadtarchiv Muenchen, inv.nr.: DE-1992-PL-12708.

Bij dit affiche uit het stadsarchief van München is geen jaartal aangegeven, maar het gaat naar alle waarschijnlijkheid om een völkerschau tijdens het Oktoberfest, georganiseerd door Carl Gabriel (1857-1931). Het eerste Oktoberfest werd in 1810 gehouden, ter viering van het huwelijk van Lodewijk I van Beieren met Theresia van Saksen-Hildburghausen. Carl Hagenbeck toonde hier Samí uit Lapland (1876) en een ‘Nubische karavaan'(1879).
Vanaf het begin van de twintigste eeuw toonde ook impresario Gabriel tijdens het Oktoberfest niet-westerse groepen. De völkerschauen vormden voor hem een nevenactiviteit. Hij opende meer wassenbeeldenkabinetten in München, Düsseldorf en Bochum. Zijn twee bioscopen (1906 en 1913)) en theater (1910) in München bestaan nog altijd. 1

Gabriel zou twee jaar hebben gewerkt voor het decor van de ‘Beduinen Karawane’ uit 1901. Op de foto wordt duidelijk hoe bepalend spektakel en fantasie hierin waren.

Ruiters voor een Egyptisch decor op de Theresienwiese, Oktoberfest, 1901. Suddeutsche Zeitung, Scherl/SZ Photo .

1913 Aus Unseren Kolonien

Adolph Friedländer (1913) Circuscollectie Allard Pierson Museum, inv.nr. TEY0010001341.

Rond 1900 vormden ‘pantomimes’ of Manege Schaustücke’ een hoogtepunt in Duitse circusvoorstellingen. Met name Circus Busch profileerde zich met deze intermezzo’s tussen de clowns, koorddansers, acrobaten en andere artiesten. De pantomimes waren minstens even spectaculair: acrobatiek werd afgewisseld met massascènes waarbij zowel mensen als dieren betrokken waren, gevolgd door dans en krijgerstaferelen. De pantomimes waren gebaseerd op historische gebeurtenissen of klassiekers uit de literatuur of het toneel. 1

Vanaf het begin van de twintigste eeuw speelden de stukken in op de actualiteit; ontwikkelingen op het wereldtoneel waren voor een toenemend aantal mensen te volgen via nieuwsbladen en tijdschriften. 2
De koloniale politiek van het Duitse Keizerrijk (1871-1918) vond zo zijn weg naar de piste. In hetzelfde jaar waarin de volkerenmoord op de Herero plaatsvond (1904) bracht Circus Busch de pantomime Sud-West-Afrika. Het manegestuk Aus Unseren Kolonien (1913) diende ter meerdere eer en glorie van Duitse zendelingen. Het programmaboekje roemde hun werk:

‘Opfermutige sind es, die sich des grossen Werkes der Zivilisation in Afrika annehmen! Bewundernswert ist die Selbstlosigkeit, mit der sie sich ihrer Aufgabe widmen [..]. ‘Völkerschaften, namentlich im inneren des Landes sind von ungezähmter Wildheit und voll Raublust’ […] 3

Onderdeel van de manegestukken was het dresseren van roofdieren – het temmen van het wilde dier werd zo een metafoor voor het onderwerpen van de koloniale ‘Eingeborene’ (‘inlander’). Wellicht om die reden tonen de twee affiches uit de collectie van het Circusmuseum met name geweld.

Adolph Friedländer (1913), Circuscollectie Allard Pierson Museum, inv.nr. TEY0010001340.

1899 ‘Bishari’

Adolph Friedländer, ‘Bishari Kamp’, (1899) Circuscollectie Allard Pierson Museum, inv.nr. TEY0010000814 .

Impresario Willy Möller reisde in 1899 lang Wenen, Basel en de diergaarde van Frankfurt met de zogenaamde ‘Bishari’, die afkomstig zouden zijn uit de Nubische regio va Egyptisch Soedan. In de völkerschau waren 73 mensen te zien; Möller verklaarde grote moeite te hebben ondervonden in het bijeenbrengen van de groep. Hoofdoorzaak zou hun decentrale sociale structuur zijn: de Bishari leefden in kleine gemeenschappen en zouden moeilijk te bereiken zijn.1

Möller erkende dat de mensen in de völkerschau te zien waren, niet allemaal Bishari waren. Hij verklaarde in het programmaboekje dat de Bishari geen ambachten beheersten – Möller had daarom handwerkslieden toegevoegd uit Egypte om de hutten op het podium te bouwen en ‘Nubische’ ambachten te laten zien. 2.