1871 Tycoon Japanese Troupe

Delpher – Bataviaasch Handelsblad, 2 juni 1871

Het Bataviaasch Nieuwsblad maakte in 1871 melding van een optreden van een gezelschap waarin Japanse acrobaten waren te zien. In de advertentie gespeld als ‘de ‘koninklijke Tykoon’, gaat het naar alle waarschijnlijkheid om het gezelschap ‘The Tycoon Japanese Troupe’.  De vermaarde Matsui Gensui, dertiende generatie in een geslacht van acrobaten, stond aan het hoofd van dee groep. In een blogbericht achterhaalde  Lelsley Downer dat Matsui Gensui met zijn groep in december 1866 per boot van Japan naar Southampton reisde. 1

Matsui Gensui met zijn familie | Bron: The Library of Nineteenth-Century Photography

Aya Mihara wijst op het belang van dat vroege jaartal. In de geschiedschrijving wordt het grote belang benadrukt van 1868, het jaar dat keizer Meiji (1852-1912) een einde maakte aan de isolatiepolitiek van Japan, die tweeëneenhalve eeuw had geduurd. Mihara schrijft dat de aanwezigheid van Japanse acrobaten in Europa toont dat de laatste shogun al de belangrijke beslissing nam om Japanse burgers toestemming te geven het land te verlagen. Mihara vervolgt dat het een riskante en kostbare onderneming was, maar dat Japanners in dienst werden genomen door westerlingen die hen op podia lieten optreden, omdat zij als nieuwe sensatie veel geld konden opbrengen. 2

Na een tournee door Engeland waren de kunsten van Gensui en zijn groep in 1867 te bewonderen op de wereldtentoonstelling van Parijs, alwaar ze de naam van ‘Tycoon Japanse Troupe’ aannamen.

1868 Risley’s Japansch Gezelschap

Delpher Kranten – Algemeen Handelsblad 05-03-1868

‘Professor Risley’ is een belangwekkende figuur in de circusgeschiedenis. Richard Risley Carlisle was een Amerikaanse acrobaat, die ook in Europa optrad. In Delpher zijn advertenties uit 1844 te vinden van een optreden van ‘Professor Risley en zijn zonen’. Met de tournee die hij in 1857 in Australië begon, zou hij geschiedenis schrijven.

Risley zou jarenlang in Azië verblijven. In Delpher zijn advertenties te vinden waaruit blijkt dat Risley in oktober 1861 en juli 1862 ‘atletische voorstellingen’ gaf in toenmalige Nederlands-Indië. De eerste zin van de advertenties luidt dan ook: ‘Met toestemming van den resident van Batavia’.

Delpher Kranten – Java-bode : nieuws, handels- en advertentieblad voor Nederlandsch-Indie 30-11-1861

Tegen oktober 1863 bereikte Risley de havenstad Shanghai, met een gezelschap dat uit twaalf mensen bestond. Het gezelschap werd ondergebracht in het kwartier voor buitenlanders, maar door de strenge winter werden circusartiesten ernstig ziek – anderen besloten Risley vaarwel te zeggen. In maart 1864 kwam Risley in Japan aan. Niet alleen bracht hij westerse circuselementen naar Japan, omgekeerd kon hij traditionele entertainers aan het werk zien: Japanse evenwichtskunstenaars, jongleerders, acrobaten en goochelaars trokken naar Yokohama om hun kunsten te vertonen.
In 1866 trok de Japanse overheid het edict in dat de eigen burgers verbood om het land te verlaten. Hierop stelde Risley een gezelschap samen, de Imperial Japanese Troupe, waarmee hij het westers publiek wilde veroveren. De groep trad in 1867 op in San Fransisco en tot juli in New York. Ze zetten hun reis voort richting de wereldtentoonstelling in Parijs. 1

De Nederlandse advertenties vermeldden de optredens van de groep in het Cirque Napoleon tijden de wereldtentoonstelling. Eind februari begonnen de voorstellingen in Rotterdam. De lange advertentie in de Nieuwe Rotterdamsche Courant benadrukte eerst de grote hoeveelheden bezoekers die het gezelschap over de hele wereld trok. Een letteraffiche uit de collectie van het Stadsarchief Rotterdam vermeldt het hele programma:

GAR01:1868-03-26 (Letteraffiche), Letteraffiches van de Grote Schouwburg te Rotterdam 1791-1887, Gemeentearchief Rotterdam

Vanaf begin april 1868 was het circus van ‘Professor Risley’ in Groot-Brittannië te zien. De advertentie uit het Algemeen Handelsblad eerder dat jaar en het affiche voor de Britse optredens bevatten dezelfde elementen:

Collectie British Museum, Evan.489


1887 ‘Ashantijnen’

Aantal personen: 16 volwassenen.
In Nederland: 4 december 1886 – 4 januari 1887.
Impresario: onbekend.

Na een verblijf in de Parijse Jardin d’Acclimatation vanaf september, was een groep Ashanti vanaf december 1887 te zien in de ‘Groote Schouwburg’ aan de Rotterdamse Coolsingel en Theater Diligentia in Amsterdam.

Groep Ashanti die in Berlijn te zien was. Fotograaf: Carl Günther. Collectie Etnografiska Museet, Stockholm, inv.nr. 0069.Ie.0003.b

In kranten werd opgemerkt dat de groep, alvorens zij naar Nederland kwam, al een half jaar in de ‘Europese hoofdsteden’ was te zien.  De ‘exhibition ethnografique‘ van de Ashanti was de eerste volkerenshow van West-Afrikanen die plaatsvond in de Jardin d’Acclimatation. Een jaar eerder, in 1886, hadden wetenschappers zich gedistantieerd van de mensententoonstellingen in de zoölogische tuin van de Franse hoofdstad. Mede hierdoor, schrijft onderzoeker Bergougniou, is het niet geheel zeker of de mannen en vrouwen daadwerkelijk uit Ghana, het toenmalige Goudkust, afkomstig waren. 1

Nederlandse bladen spraken van een groep van zestien volwassenen, waaronder tien mannen, en één baby 2 Uit advertenties blijkt dat de groep in Theater Diligentia dagelijks te bezichtigen was van 14.00 – 23.00 uur, bezoekers betaalden voor de eerste rang 0, 49 cent en voor de tweede rang 0, 25 cent. Ieder half uur vond een voorstelling plaats, die bestond uit meerdere krijgsdansen, een bruiloftsdans en gebed.3 Onderzoeker Schneider merkt op dat het optreden van de groep sterk gericht leek op sensatie en spektakel. De kostuums van dierenhuiden en attributen die de groep hanteerde dienden om hun ‘wildheid’ en ‘woeste aard’  te onderstrepen. 4

Vertoog
De Maas- en Scheldebode (1886-1937) plaatste een ondubbelzinnige veroordeling van de mensententoonstelling. De bode gold als het antirevolutionair orgaan voor de eilanden van Zeeland en Zuid-Holland. 5 De religieuze signatuur weerklinkt in de klacht over deze ‘gruwel’:

Maas- en Scheldebode, 30 december 1887.
stem: Theo Goemaat

De kranten verschilden sterk in hun omschrijvingen van de tien mannen en vier vrouwen op het podium. Het nieuws van den dag merkte op: ‘Gelijk men weet, hield deze menschensoort zich nog van tijd tot tijd met menscheneten onledig; iets van dien trek lag, naar men zeggen zou nog in sommiger ogen.’6 De Amsterdamse correspondent van de Goessche Courant typeerde hen als ‘onvervalschte wilden’: ‘afschuwelijk leelijke kerels met hun bijna roetzwarte huid, hun dikke lippen, dichtgekroesde wolharen en hun afzichtelijken grijnslach. […] De vrouwen, zoo mogelijk nog leelijker, zijn veel kleiner en in tijgervellen gehuld […]’ 7

Andere kranten leken onder de indruk van de ‘flinke’ en ‘krachtige’ bouw van vooral de mannen. 8 Het imposante fysiek van de Afrikaanse ‘krijgers’ bracht een anonieme briefschrijver tot overpeinzingen over de Nederlandse soldaten in de Ajeh-oorlog (1873-1942):


N.C.C. ‘De Ashantijnen’, De Amsterdammer, herdrukt in De locomotief, Semarangsch handels- en advertentieblad (14 februari 1888).
stem: Julius Goedhart
Affiche van het optreden van de Ashanti in de Jardin zoologique d’Acclimatation, Parijs. Collectie: Bibliothèque nationale de France, ENT DN-1 (LEVY,Emile/11)-ROUL

1845 Azil

Aantal personen: 1
In Nederland: juni 1845, Leiden.
Impresario: Paganini

Sedert lang bezig zijnde met Europa te doorreizen, heeft zij al de hoofdsteden bezocht, en op deze langen togt heeft al het woeste van haar karakter plaats gemaakt voor zachtere zeden’, aldus de Leydse Courant in een aankondiging. 1 Reeds achttien jaar trok Azil door Europa toen zij op de Kermis in Leiden te zien was. Er zijn geen documenten waarin zij stem geeft aan haar biografie, haar emoties of ervaringen. Verspreid in Europese bibliotheken zijn wel programmaboekjes bewaard gebleven die waarschijnlijk te koop waren tijdens haar optredens en tekst van een toneelstuk uit 1830  waarin zij zichzelf speelde. 
De Italiaanse historica Francesca Bertino wist acht edities van het programmaboekje te achterhalen en gebruikte deze om de komst van Azil naar Europa en de gelegenheden waar zij geëxposeerd werd in kaart te brengen. De feiten die hier worden gegeven zijn afkomstig van impresario ‘Signor Paganini’.2

Advertentie Leydse Courant (13 juni 1845).

Volgens Paganini zou Azil geboren zijn op Groenland. Haar ouders zouden tijdens de zeehondenjacht schipbreuk hebben geleden aan de kunst van Canada, alwaar ze gevangen werden genomen door de ‘Osage’ – de Franse benaming van Ni-u-kon-ska, een  autochtoon Noord-Amerikaans volk. De ouders werden om het leven gebracht en Azil, een baby nog, werd ondergebracht bij een Osage-gezin aan de oevers van de Missouri. In het relaas van Paganini zou de pelshandelaar Captain Hunt getroffen zijn door de aanblik van het meisje en haar in zijn gezin hebben opgenomen. Zo groeide Azil op in Louisiana, waar ze werd gedoopt en Frans leerde. 3 Bertino wijst op hetgeen ontbreekt in het pamflet van impresario Paganini: hoogstwaarschijnlijk verwierf hij het eigendom over Azil op basis van een zakelijke transactie, maar hij wijdde geen woord aan de verkoopsom of een contract. Bertino toont op basis van verschillende uitgaves van het pamflet dat de tekst werd herschreven om de vrije wil van de jonge vrouw sterker te benadrukken. 4

Paganini toonde Azil eerst in Frankrijk. Vervolgens zou ze voorgesteld worden aan Noord-Italiaanse vorstenhuizen en de belangrijkste steden van het Habsburgse Rijk aandoen, waaronder Weren. In 1830 ging in Venetië een theaterstuk in première over haar levensverhaal, zoals verteld door Paganini,  Le avventure di Azil giovane esquimese del Groenland (de avonturen van Azil, een jonge Eskimovrouw uit Groenland). Het is niet met zekerheid te zeggen hoe vaak het theaterstuk werd opgevoerd, wel is uit de verspreiding van de tekst op te maken dat Azil te zien was in Wenen (1834), Boedapest (1836), Cremona (1840), Turijn (1841) en Graz (1843). Haar aanwezigheid in Leiden is in dit licht interessant, omdat er uit blijkt dat zij langer door Europa reisde dan tot nog toe bekend was.