1898 Hagenbeck’s Indien

Adolph Friedländer, Affiche Hagenbeck’s Indien & Hagenbeck’s Ceylon thee, 1895 (of 1898), Circuscollectie Allard Pierson Museum, inv.nr. TEY0010002845.

De tempeldanseres op bovenstaand affiche is te zien op meerdere aankondigingen die Adolph Friedländer voor de völkerschauen van Hagenbeck ontwierp. Het affiche werd gemaakt voor een völkerschau in Berlijn. Op de Kurfürstendamm, een grote stadsboulevard, verrezen rondom het ‘Maharaniplatz’ en ‘Trischinapoli Platz’ decors en ‘Indiase’ bouwwerken van meerdere etages. Door de grootschaligheid en het spektakel leek de ‘volkerenshow’ hier te zijn uitgegroeid tot een etnografisch attractiepark. 1

Uit het overzicht van Hilke Thode-Arora blijkt dat de völkerschau in Berlijn plaatsvond in 1898. 2 Dit jaartal stemt overeen met de visuele bronnen in de particuliere Collectie Radauer.

De organisatie van deze völkerschau was in handen van John en Gustav Hagenbeck, twee jongere halfbroers van Carl. John Hagenbeck bezat in Colombo, Sri Lanka, plantages voor thee, rubber en kokosnoten. Op het affiche is de reclame voor ‘Hagenbeck’s Ceylon thee’ minstens net zo prominent als de aankondiging van de völkerschau.3

Tempeldanseres

In de völkerschauen van Hagenbeck traden zogehten bayadères of tempeldanseressen op. Op dit affiche is een danseres afgebeeld en zijn er verwijzingen naar de cultuur van Zuid-India:

Adolph Friedländer, Collectie Circusmuseum, inv.nr. TEY0010000054
  1. koyil, een hindoeïstische tempel in de Zuid-Indiase architectuur.
  2. gopuram, toren boven de toegangspoort van de tempel.
  3. devadasi, danseres. Devadasi betekent letterlijk: dienares van god. Zij voerden in tempels rituelen en dans uit. Daarnaast waren ook danseressen verbonden aan verschillende hoven in Zuid-India. Hun dansvorm stond bekend als sadir, dasi attam of cinna melam.
  4. mayura hasta, handgebaar uit de klassieke Zuid-Indiase dans
  5. bottu, stip aangebracht op het voorhoofd.
  6. matha patti, sieraden voor de middenscheiding en zijkanten van het voorhoofd.
  7. sari.
  8. haarornamenten in de vorm van de maan (links) en de zon (rechts).
  9. lungi, katoenen omslagdoek door mannen gedragen.

Via tussenpersonen rekruteerde Hagenbeck de tempeldanseressen in Tanjore. De stad gold als het culturele centrum van Zuid-India, daar de kunsten grote ondersteuning genoten van de lokale vorsten. Vanwege de emigratiewetten die in India golden, bracht Hagenbeck zijn groep eerst naar Colombo, hoofdstad van Sri Lanka, om vervolgens per boot naar Europa te reizen. 1

Groep Tamils

Adolph Friedländer, Troep Exoten, Circuscollectie Allard Pierson Museum, inv.nr. TEY0010002312

Hoogstwaarschijnlijk is dit affiche gemaakt voor of tijdens één van de völkerschauen van de firma Hagenbeck. De dracht van de mannen is een aanwijzing dat het om Tamils uit Zuid-India of Sria Lanka gaat: zij zijn gekleed in een geruite lungi, een lap katoen die om het middel wordt geslagen. De enige vrouw van het gezelschap, gekleed in een rood-oranje sari, is mogelijk één van de twee mensen met dwerggroei die van 1886-1889 in Hagenbecks völkerschauen te zien waren. Arts en antropoloog Fernand Delisle (1836-1911) legde het paar vast toen zij de Parijse Jardin d’acclimatation aandeden, de foto behoort nu tot de collectie van Musée du Quai Branly. De wat vervaagde foto is hier linksonder te zien. Ook het Museum Volkenkunde te Leiden bezit foto’s van het Indiase paar. De foto hier rechtsonder lijkt meer een ‘portret’ en minder een antropometrische vastlegging dan de foto van Musée du Quai Branly.

Rechts: Portret van een dwergenpaar. Fotograaf: Fernand Delisle, volgens de omschrijving gemaakt tijdens de Exhibition etnografique Cinghalais, 1883. Collectie: Musée du Quai Branly, Parijs, inv. nr. PP0019226
Links: Portret van een Singalese man en vrouw met dwerggroei, 1886. Fotograaf: C. von Rainer. Collectie Museum Volkenkunde, Leiden, inv.nr. RV – A153-8.

Bedoeïenen aan de Weesperzijde

In augustus 2018 vond ik in de Beeldbank van het Stadsarchief Amsterdam foto’s van het verblijf van de zogeheten ‘Beduinen Karawane’ (‘Caravane Égyptienne’) aan de Weesperzijde te Amsterdam. Het maandblad Ons Amsterdam plaatste in het maartnummer van 2019 mijn bijdrage over deze völkerschau van de impresario’s Willy Möller en Ernst Pinkert. Veel dank aan de gehele redactie, in het bijzonder eindredacteur dhr. Arie Vestering.

Ons Amsterdam, maart 2019. Op het portretaffiche is
hoogstwaarschijnlijk sjeik Tarif-Salah afgebeeld.

1904 ‘Tunesiërs’

Adolph Friedländer, Collectie Circusmuseum, inv.nr. TEY00100080

Dit affiche uit de collectie van het Circusmuseum is een zogeheten ‘Lagerplakat’. Bij het drukken werd er tekst voor ruimte open gelaten zodat potentiële kopers hier de plaatsen of data van de völkerschau konden vermelden. In het stadsarchief van München is een dergelijke variant van het affiche opgenomen.

Tunis in München- Die Tunesen auf dem Karawanenplatz. Stadtarchiv München, inv.nr: DE-1992-PL-12709 .

Impresario Carl Gabriel toonde tijdens het Oktoberfestvan 1904 een völkerschau die uit Tunesiërs zou bestaan. Gabriel bracht op het Oktoberfest onder meer een ‘Bedoeienen Karavaan'(1901 en 1912) en völkerschauen met mensen uit Samoa (1910), India (1925, in samenwerking met John Hagenbeck), Afrika (1926 en 1930).

1901 ‘Beduinen-Lager Karawane’

Beduinenlager-Karawane mit 70 Personen, Bazar mit Handwerkern, arabisches Cafe, Szenen aus der Wüste, Reitervorstellungen, Stadtarchiv Muenchen, inv.nr.: DE-1992-PL-12708.

Bij dit affiche uit het stadsarchief van München is geen jaartal aangegeven, maar het gaat naar alle waarschijnlijkheid om een völkerschau tijdens het Oktoberfest, georganiseerd door Carl Gabriel (1857-1931). Het eerste Oktoberfest werd in 1810 gehouden, ter viering van het huwelijk van Lodewijk I van Beieren met Theresia van Saksen-Hildburghausen. Carl Hagenbeck toonde hier Samí uit Lapland (1876) en een ‘Nubische karavaan'(1879).
Vanaf het begin van de twintigste eeuw toonde ook impresario Gabriel tijdens het Oktoberfest niet-westerse groepen. De völkerschauen vormden voor hem een nevenactiviteit. Hij opende meer wassenbeeldenkabinetten in München, Düsseldorf en Bochum. Zijn twee bioscopen (1906 en 1913)) en theater (1910) in München bestaan nog altijd. 1

Gabriel zou twee jaar hebben gewerkt voor het decor van de ‘Beduinen Karawane’ uit 1901. Op de foto wordt duidelijk hoe bepalend spektakel en fantasie hierin waren.

Ruiters voor een Egyptisch decor op de Theresienwiese, Oktoberfest, 1901. Suddeutsche Zeitung, Scherl/SZ Photo .

1899 ‘Bishari’

Adolph Friedländer, ‘Bishari Kamp’, (1899) Circuscollectie Allard Pierson Museum, inv.nr. TEY0010000814 .

Impresario Willy Möller reisde in 1899 lang Wenen, Basel en de diergaarde van Frankfurt met de zogenaamde ‘Bishari’, die afkomstig zouden zijn uit de Nubische regio va Egyptisch Soedan. In de völkerschau waren 73 mensen te zien; Möller verklaarde grote moeite te hebben ondervonden in het bijeenbrengen van de groep. Hoofdoorzaak zou hun decentrale sociale structuur zijn: de Bishari leefden in kleine gemeenschappen en zouden moeilijk te bereiken zijn.1

Möller erkende dat de mensen in de völkerschau te zien waren, niet allemaal Bishari waren. Hij verklaarde in het programmaboekje dat de Bishari geen ambachten beheersten – Möller had daarom handwerkslieden toegevoegd uit Egypte om de hutten op het podium te bouwen en ‘Nubische’ ambachten te laten zien. 2.


1897 ‘Transvaal’

Adolph Friedländer, Transvaal (1897), Circuscollectie Allard Pierson Museum, inv.nr.
TEY0010000830

Impresario Willy Möller bracht deze völkerschau bijeen, die uitsluitend te bezoeken was op de Kurfustendamm in Berlijn. Dit was uitzonderlijk voor een Duitse völkerschau, die zoveel mogelijk steden aandeed om een maximale winst te behalen. Möller had een gezelschap van 105 mensen bijeengebracht, bestaande uit alle bevolkingsgroepen die in Zuid-Afrika vertegenwoordigd waren – waaronder twee jonge Zulu meisjes, 47 Basuto, 1 Swazi – maar ook een Boerenechtpaar met 6 kinderen en 24 Indiërs uit Natal.1

1887 ‘Ashantijnen’

Aantal personen: 16 volwassenen.
In Nederland: 4 december 1886 – 4 januari 1887.
Impresario: onbekend.

Na een verblijf in de Parijse Jardin d’Acclimatation vanaf september, was een groep Ashanti vanaf december 1887 te zien in de ‘Groote Schouwburg’ aan de Rotterdamse Coolsingel en Theater Diligentia in Amsterdam.

Groep Ashanti die in Berlijn te zien was. Fotograaf: Carl Günther. Collectie Etnografiska Museet, Stockholm, inv.nr. 0069.Ie.0003.b

In kranten werd opgemerkt dat de groep, alvorens zij naar Nederland kwam, al een half jaar in de ‘Europese hoofdsteden’ was te zien.  De ‘exhibition ethnografique‘ van de Ashanti was de eerste volkerenshow van West-Afrikanen die plaatsvond in de Jardin d’Acclimatation. Een jaar eerder, in 1886, hadden wetenschappers zich gedistantieerd van de mensententoonstellingen in de zoölogische tuin van de Franse hoofdstad. Mede hierdoor, schrijft onderzoeker Bergougniou, is het niet geheel zeker of de mannen en vrouwen daadwerkelijk uit Ghana, het toenmalige Goudkust, afkomstig waren. 1

Nederlandse bladen spraken van een groep van zestien volwassenen, waaronder tien mannen, en één baby 2 Uit advertenties blijkt dat de groep in Theater Diligentia dagelijks te bezichtigen was van 14.00 – 23.00 uur, bezoekers betaalden voor de eerste rang 0, 49 cent en voor de tweede rang 0, 25 cent. Ieder half uur vond een voorstelling plaats, die bestond uit meerdere krijgsdansen, een bruiloftsdans en gebed.3 Onderzoeker Schneider merkt op dat het optreden van de groep sterk gericht leek op sensatie en spektakel. De kostuums van dierenhuiden en attributen die de groep hanteerde dienden om hun ‘wildheid’ en ‘woeste aard’  te onderstrepen. 4

Vertoog
De Maas- en Scheldebode (1886-1937) plaatste een ondubbelzinnige veroordeling van de mensententoonstelling. De bode gold als het antirevolutionair orgaan voor de eilanden van Zeeland en Zuid-Holland. 5 De religieuze signatuur weerklinkt in de klacht over deze ‘gruwel’:

Maas- en Scheldebode, 30 december 1887.
stem: Theo Goemaat

De kranten verschilden sterk in hun omschrijvingen van de tien mannen en vier vrouwen op het podium. Het nieuws van den dag merkte op: ‘Gelijk men weet, hield deze menschensoort zich nog van tijd tot tijd met menscheneten onledig; iets van dien trek lag, naar men zeggen zou nog in sommiger ogen.’6 De Amsterdamse correspondent van de Goessche Courant typeerde hen als ‘onvervalschte wilden’: ‘afschuwelijk leelijke kerels met hun bijna roetzwarte huid, hun dikke lippen, dichtgekroesde wolharen en hun afzichtelijken grijnslach. […] De vrouwen, zoo mogelijk nog leelijker, zijn veel kleiner en in tijgervellen gehuld […]’ 7

Andere kranten leken onder de indruk van de ‘flinke’ en ‘krachtige’ bouw van vooral de mannen. 8 Het imposante fysiek van de Afrikaanse ‘krijgers’ bracht een anonieme briefschrijver tot overpeinzingen over de Nederlandse soldaten in de Ajeh-oorlog (1873-1942):


N.C.C. ‘De Ashantijnen’, De Amsterdammer, herdrukt in De locomotief, Semarangsch handels- en advertentieblad (14 februari 1888).
stem: Julius Goedhart
Affiche van het optreden van de Ashanti in de Jardin zoologique d’Acclimatation, Parijs. Collectie: Bibliothèque nationale de France, ENT DN-1 (LEVY,Emile/11)-ROUL